18. jul, 2015

Een grote mond

Van de week fietste ik van mijn dagelijkse werkzaamheden naar op weg naar huis en ik was nog geen vijf minuten aan het fietsen, kom ik onderweg een grote bek tegen.

Een grote bek die wanneer deze iets vastbijt het niet meer loslaat. Een grote bek die het in zich heeft om door te bijten. Een grote bek waarvan het de bedoeling is om georganiseerd dingen te vernietigen. Slopen genaamd.

Nu noem ik het een grote bek maar om het netjes te zeggen moet ik zeggen; grote mond. Bij het inbeelden van een grote mond kan er veel bedacht worden. Doe ik dit naar mensen toe, dan komen er in mij een aantal vormen naar voren.

Sowieso kan iemand in het uiterlijk om naar te kijken een grote mond hebben. Dit terwijl deze persoon in zijn of haar spraakgebruik en het consumptief nuttigen van eten en drinken netjes blijft. Hij of zij kan er niets aan doen om met zo een uiterlijk rond te lopen. Sommigen kunnen het op mooie wijze weg camoufleren. Make-up en baardgroei doen wonderen in zoiets.

Maar het kan ook anders. In het communiceren tussen mensen onderling kan er met een grote mond gepraat worden. Grootspraak, dingen beter weten, altijd een mening hebben over iets, een ander naar beneden praten of zelfs op een beledigde wijze naar elkaar toe gaan praten. Het zijn vormen van communiceren, zij het dat dit niet fraai is om zo te gaan praten.

Wat ben ik blij dat ik het niet in mij heb om zo te gaan communiceren. Ik ben al niet zo een prater en als ik ergens over moet praten, dan wil ik mij er eerst in gaan verdiepen. Mocht er iemand vinden dat ik met een grote mond praat, dan mag dat naar mij toe gezegd worden. Er mag naar mij toe een mening over mij gezegd worden. Het moet wel opbouwend zijn, ik wil weten waarom er een mening over mij is. Zolang het niet met een grote mond is, anders kan/ga ik mij van de grote-mond-spreker vanaf keren... Als mijn grijze haren rechtovereind gaan staan, dan... Boos!

Maar nu de sloop van een woning wat ik van de week zag. Ineens was er die grote stalen bek. De halve woning was al gesloopt. Daarbij keek ik, wat ik dacht, op de badkamer. Een wandspiegel, een wastafel, een mooi geschilderde verwarmingselement en ik zag een kraan op de wastafel wat naar mijn idee scheef water kan laten stromen.

De volgende dag moest ik voor een afspraak op weg. Kom ik daarbij weer langs deze sloopwerkzaamheden. Het dak met plafond gaat er af. Heb ik ineens zicht op een slaapkamer. Je zult er nog slapen en je wordt ineens ruw gewekt. Op de terugweg van de afspraak is er geen slaapkamer meer. Wat er wel nog is, is de scheve kraan op de wastafel. De grote stalen bek deed geduldig zijn werk, het moet in de containers geladen worden. Ik ga weer verder en was benieuwd wat er 's middags van de woning nog over zou zijn.

's Middags op weg naar huis. Er is geen woning meer. Alleen maar puinhopen. Tussen de containers door heb ik ineens een andere kijk naar de omgeving. De grote stalen bek, de grote mond... Hij ligt te rusten van twee dagen slopen.

Laat al die grote-mond-sprekers als huizenslopers aan het werk gaan, dan worden ze rustig en hopelijk stil.